Wat is ‘stijl’ in literatuur? Ik zou het zo gauw niet weten te definiëren. Wel is het een persoonlijke tic van me om bij het horen van het woord ‘stijl’ onmiddellijk te denken aan de Limburgse plaats Steyl. Iemand zegt: ‘Ze trouwden in stijl’ of ‘hij handelde de kwestie in stijl af’, en ik zie het gebeuren ergens bij de kloostergebouwen aan de Maas. Diezelfde tic (voortkomend uit het feit dat ik rakelings langs Steyl op deze planeet geworpen ben, als ik het zo oneerbiedig lijkend mag uitdrukken, waar mijn vader opgroeide en aanvankelijk de boterham voor zijn gezin verdiende) meldt zich ook prompt wanneer ik het Engelse woord voor ‘stijl’ tegenkom, zoals in deze boektitel: style is matter. Niet alleen door de klank, maar simpelweg door één letter te verplaatsen ben ik er dan: steyl is matter.
![]() |
De Steyler 'CHINE FABRIEK' waar mijn vader aanvankelijk werkte |
‘Steyl doet ertoe’, zo zou je die titel
vervolgens kunnen vertalen. Maar die Engelse (Amerikaanse) titel is verder veel
te ambigu om er simpelweg uit te kunnen concluderen dat stijl iets is wat ertoe
doet. En staat immers niet ‘Style matters’
of ‘Style does matter’. Nee, ‘is’. Waardoor dat ‘matter’ de meer dan sterke neiging heeft om een zelfstandig
naamwoord te worden: ‘materie’, ‘stof’ of ‘gebeurtenis’.
En
ik zie nog niets. Maar dat zal wel weer voortkomen uit een andere
idiosyncrasie. De titel is die van een boek uit 2007 van Leland de la
Durantaye, als letterkundige verbonden aan de Harvard Universiteit. Op het
stofomslag meteen onder de titel een foto van Vladimir Nabokov, in 1965 als
vlindervanger onderweg in Zwitserland, bij Leukerbad.
Daarvandaan zou je, in zuidelijke richting, de Matterhorn kunnen zien. Al drie jaar eerder had hij zich uitgebreid en graag, als een acteur die een kinderachtig bezeten lepidopterist speelde, laten filmen en fotograferen bij Zermatt, nog dichter bij die Matterhorn. En Brian Boyd merkt ergens in zijn Nabokovbiografie op dat de schrijver eens het silhouet tekende van de top van de Matterhorn waarbij hij de gelijkenis benadrukte met het gestileerde profiel van Poesjkin. Was Poesjkin voor Nabokov niet hét voorbeeld van een stilist?
In
Steyler duikt trouwens een figuur op
die me aan de schrijvende vlinderjager doet denken: ‘Een belachelijke bejaarde
man, want in een korte broek, met het gerimpelde vel boven en onder zijn licht
gebogen knokige knieën en een verbeten grimas, die een zwaai maakte met zijn
kinderachtige netje aan een lange stok en daarbij de paardenpoep om zijn oren
en op zijn witte klak kreeg.’ Dat hoewel Nabokov, in tegenstelling tot de
verteller in Steyler, nooit in de
Dordogne was. Het zal wel als een plagerig eerbetoontje zijn bedoeld?
Maar
intussen: die Matterhorn en de
boektitel Style is Matter…? Nee, dat
lijkt me toch echt te vergezocht, een doodlopende weg.
Ik
heb het gevoel wat ‘stijl’ is beter te kunnen duiden in de schilderkunst dan in
de literatuur, simpelweg omdat je het daar als het ware rechtstreeks met je
vingers kunt aanwijzen en nagaan, omdat daar stijl altijd verbonden is met het
stoffelijke, de materie, de verf. Bovendien overzie je een schilderij vrij snel
en naar alle kanten toe, terwijl je voor een roman vele uren nodig hebt voordat
je eindelijk aan je tweede lectuur kunt beginnen, want ik heb het idee dat
stijl iets is wat meerdere malen ervaren wil worden. Zoals stijl er ook voor
zorgt dat je het gevoel hebt op menig werk van Rembrandt of Velázquez nooit
uitgekeken te raken, terwijl je met schilderwerk van heel wat van hun tijdgenoten
op een gegeven moment wel klaar bent. Met het thema van die schilderijen heeft
het weinig of niets te maken. Dat kun je constateren als je werken met dezelfde
onderwerpen van diverse schilders met elkaar vergelijkt. Ook heeft het weinig
te maken met de hoeveelheid informatie en de compositorische complexiteit van
die werken. Zowel de Hollander als de Spanjaard vervaardigden zeer complexe
werken (‘De nachtwacht’, ‘Las Meninas’), maar daarnaast ook op zich eenvoudige,
zoals portretten. Persoonlijk handschrift? Zeker. Maar toch: ik herken steevast
het persoonlijke handschrift van de Italiaanse maniëristische schilder
Beccafumi en vind hem allesbehalve een groot stilist… Anderzijds zag ik onlangs
nog een stel volwaardig prachtige ‘Rembrandteske’ werken van Ferdinand Bol en
Govert Flinck, leerlingen uit het atelier van Rembrandt.
![]() |
Ferdinand Bol, 'Elisabeth Bas', ca. 1642 |
Daarnaast bepaalt natuurlijk het tijdvak de
stijl mee. Je kunt vandaag de dag wel proberen een stilleven à la Kalf uit de
Gouden Eeuw te maken, met alle technieken en alle voorstellingselementen die
daarbij horen, maar nooit en te nimmer zal het waarachtig ‘stijl’ hebben.
Merkwaardig en fascinerend is dat.
Ach,
wat heeft het voor zin te zoeken naar een passende definitie van ‘stijl’? Laat
wetenschappers zich daar maar op richten, opdat kunstenaars de definitie weer onopzettelijk
maar simpelweg al doende ondergraven.
Het
is echter een misverstand te denken dat stijl los gezien kan worden van inhoud.
Niet dat ik een hekel heb aan alle abstracte kunst, maar mijn voorkeur ligt bij
de figuratie. Waarom zie je nooit vliegen in een museum, vroeg ik me laatst
zomaar af. En opeens zag ik een vlieg tegen een groot geometrisch abstract doek
zitten, het gaf niet op welke plek. Wat dat schilderij onmiddellijk terugbracht
tot wat het was: niet meer dan verf op een opgespannen stuk linnen. Waarna ik
me voorstelde dat die vlieg nu op Het
melkmeisje van Vermeer zat. Uiteraard maakte dat voor de vlieg niets uit.
Maar wat deed die enorme vlieg op het brood en met de melk? Of hoe groot was
hij - het was een mannetje - wel niet daar tegen de achtermuur! Ik bedoel, er gebeurde zoveel meer…
‘Hoewel je prettig ontlast zittend vaak op
prima ingevingen kunt komen, bedacht ik het vervolg erna bij het scheren,’ zegt
de verteller van Steyler ergens. Het
zal iets typisch, wie weet voor vrouwen onuitstaanbaar mannelijks zijn, vermoed
ik (mijn vader las graag de krant op de wc, tot ergernis van zijn vrouw en ook van zijn kleine kinderen), maar ik herken dat.
Zo
kwam ik vanochtend op die manier op de ingeving dat stijl iets zou moeten zijn
wat de inhoud pregnant zou maken.
‘Pregnant.’
Ik
zocht het woord na het douchen op in mijn Van Dale. ‘1 in beknopte vorm veel inhoudend, scherp
geformuleerd […] (spraakk.) (van een woord, resp. een betekenis) meer inhoud
hebbend dan die welke men er gewoonlijk aan toekent […].’ Dat beviel me niet
zo, vooral dat tweede deel niet. Stijl als dikdoenerij?
Maar
toen was er nog een ‘2 (med.) zwanger’!
Als
schrijver word je meestal meer geholpen door andere wetenschappen dan die van taal
en literatuur.